Uitleg stap-voor-stap

Om je zo concreet mogelijk te ondersteunen bij het gebruik van je Briefingcards, hebben wij een stappenplan met voorbeelden gemaakt.

Stap 1: Bepaal de context

Briefingcards kunnen gebruikt worden in alle contexten waar het er op aan komt de verbeeldingskracht en de uitdrukkingsvaardigheid van de gebruikers te stimuleren. Bepaal de context waarin je de Briefingcards gebruikt:

  • Coaching

  • Training of onderwijs

  • Feedback geven

  • Loopbaanadvisering

  • Commerciële gesprekken

  • Beoordelingsgesprekken

  • Ontwerp

  • Therapeutische sessies

  • Organisatieontwikkeling of verandertrajecten

  • Probleemoplossing


Voorbeeld context: loopbaanadvisering


Stap 2: Bepaal de setting

Je kunt de Briefingcards in verschillende settings gebruiken:


  • EÉN-OP-ÉÉN: als begeleider werk je met één gebruiker

  • MEERDERE GEBRUIKERS: als begeleider werk je met meerdere gebruikers. Voor meer interas e in grotere groepen kun je de deelnemers in koppels of drietallen laten werken

  • Groepsgewijs: elke deelnemer kiest één of meerdere kaarten uit en licht in de groep zijn of haar keuze toe

  • Koppels / drietallen: de deelnemers selecteren een kaart en gaan daarna in koppels / drietallen uiteen. Ze lichten elkaar hun keuze toe. Ze noteren in steekwoorden elkaars toelichting en presenteren die in de groep.


Voorbeeld context: loopbaanadvisering
Voorbeeld setting: één-op-één

Stap 3: Bepaal het onderwerp

Briefingcards stimuleren de verbeeldingskracht en de uitdrukkingsvaardigheid.


  • Dat werkt het beste als de aandacht volledig op één specifiek onderwerp gericht wordt. Wil je meerdere onderwerpen bespreken? Behandel deze dan één voor één.


Voorbeeld context: loopbaanadvisering
Voorbeeld setting: één-op-één
Voorbeeld onderwerp: de huidige functie

Stap 4: Bepaald de vraag

Ook bij het bepalen van de vragen geldt; richt alle aandacht op één vraag en behandel meerdere vragen één voor één.
Tips bij het formuleren van vragen:


  • Stel open vragen

  • Maak gebruik van tegenstellingen: voordelen-nadelen,
    verleden-toekomst, sterke punten-zwakke punten,
    mogelijkheden-belemmeringen

  • Vraag naar doelstellingen of oorzaken


Voorbeeld context: loopbaanadvisering
Voorbeeld setting: één-op-één
Voorbeeld onderwerp: de huidige functie
Voorbeeld vraag: Wat vindt u prettig en wat vindt u niet prettig aan uw huidige functie?